Don Justo Gallego Martínez, de boer,
stierenvechter, monnik die in een dorp vlakbij
Madrid al meer dan een halve eeuw in zijn eentje
een kathedraal bouwt op grond die hij erfde van zijn ouders, heeft
internationale faam verworven. Tot onze verrassing blijkt ons dorp
Algarinejo (Andalusië) ook zo’n gepassioneerde excentriekeling te hebben: Jose
Antonio Cabello. Deze bouwvakker in hart en nieren, werkzaam als toezichthouder
(ver)bouw bij de gemeente Loja, bouwt al ruim vijftien jaar in zijn eentje aan
zijn creatie: een kapel op het land dat hij van zijn vader erfde. Ik ben gewoon
een beetje gek, un poco loco’, zegt de schepper van het kapelletje. ‘Ik wil
creëren, ser creativo, maar dan vooral met hergebruik van afgedankte materialen.’


De intrigerende kapel (in het Spaans ‘ermita’) van Jose
Antonio verschijnt tussen de bergen van de Sierra de Ojete wanneer je vanuit
Algarinejo naar Loja rijdt. Op een afgeplatte bergpunt kijkt de kapel stoer en
eenzaam uit over het landschap. Van verre bezien lijkt het kerkje er al eeuwen
te staan, maar als je dichterbij komt, zie je dat het gebouw nog niet voltooid
is. Meerdere malen zijn we naar de kapel gaan kijken, maar nooit kwamen we er iemand
tegen, ook niet in het gehucht Cruz de San Sebastian waartoe het gebouwtje behoort.
Elke keer vroegen we ons af wie toch de opdrachtgever zou zijn en waarom er op
die plek een kapel verrijst. Omdat we ook erg graag het interieur wilden
bezichtigen, hebben we Núria Cabello, die het toeristenbureau in Algarinejo
runt, gevraagd of zij ons verder kon helpen. En wat wil het toeval? De
kapelbouwer blijkt haar neef te zijn. Via Núria en Facebook zijn we in contact gekomen
met Jose Antonio Cabello en uitgenodigd voor een rondleiding.


Op de dag van ons bezoek is het fris en bewolkt. Bij
aankomst zien we vóór de kapel een ‘4 x 4’-jeep met aanhanger staan, volgeladen
met bouwmateriaal, stukken bewerkt hout en oude hekwerken. De kerkdeur staat
uitnodigend open. We lopen naar binnen en ontmoeten daar Jose Antonio Cabello, een
vriendelijke middenveertiger die ons lachend vertelt dat hij die gek is die dit
alles bouwt. In 1999 is hij gestart met zijn project vanuit uiteenlopende motieven.
Jose is niet echt gelovig, maar hij vindt wel dat elk dorpje op zijn minst een
kapelletje behoort te hebben. Omdat zijn geboortedorp Cruz de San Sebastian geen
kerkje bezat, is hij er zelf maar een gaan bouwen. De locatie heeft voor hem ook
een emotionele waarde. Zijn vader werd eind vorige eeuw ernstig ziek. Ondanks
zijn zwakke gezondheid wandelde de oude boer vaak over zijn land naar de punt van
de berg aan het eind van het gehucht, waar hij zich prettig voelde en tot rust kwam.
Met het idee van zijn zoon om er een ermita te bouwen, had hij vrede. Voordat
de vader stierf (in 2000) heeft hij op zijn geliefde plek de fundamenten van
het kerkje nog kunnen zien. Omdat het terrein vroeger een dorsvloer voor graan
was, heeft Jose Antonio zijn kapel de ‘ermita de las eras’ genoemd: de kapel
van de dorsvloeren.


Wat deze bevlogen man daar bouwt op die punt van de berg is
een kapel met een knipoog en zonder religieuze betekenis. De pastoors van de lokale dorpjes zullen op deze
ongewijde plek ook nooit een mis komen opdragen. ‘Dat is ook niet de
bedoeling’, grinnikt de bouwmeester. ‘Ik bouw de ermita voor mezelf en ter
nagedachtenis aan mijn overleden ouders. Het liefst zou ik er een culturele of
economische bestemming aan geven.’
Jose Antonio gebruikt al zijn vrije uurtjes en de weekenden
om zijn levenswerk te voltooien, vertelt hij. Soms komen vrienden helpen. Hij
heeft niets op papier staan; de bouwtekening en plannen zitten in het hoofd van
de bouwer. De indeling van zijn ermita komt grotendeels overeen met de
traditionele indeling van een kleine kapel. Er is een priesterkoor waarin een
altaar komt en een middenschip. Boven de hoofdingang is een zangtribune aangebracht,
bereikbaar via een houten trap.


Het geraamte van de kapel is opgebouwd uit betonblokken.
Voor de afwerking en inrichting van zijn ermita haalt hij veel spullen bij het
‘oud vuil’ vandaan of hij krijgt ze via via. Ook kan hij regelmatig door de
gemeente Loja afgekeurde materialen afhalen. Het gaat hem aan het hart dat in
de westerse consumptiemaatschappij en zelfs in het rurale Spanje, zoveel
spullen naar het vuilnis gaan die nog volop bruikbaar zijn. Of het nu gaat om afgesleten
balustrades, parkeerpaaltjes, een fonteintje, kapotte straatlantaarns, tralies
voor de ramen, overal vindt hij een bestemming voor. Of hij maakt uit meerdere
voorwerpen iets nieuws.

In het gebouw ruikt het nog naar verf. In de sacristie (de
zijaanbouw die niet tot de kerkruimte hoort) heeft Jose net een ruimte geschilderd
die bestemd is als wc en badkamer. Hij houdt duidelijk van de Marokkaanse stijl
en kleuren. Het kamertje is blauw geschilderd en versierd met Arabische
patronen. Er staan oude meubeltjes in die na een likje verf een smaakvol nieuw
leven hebben gekregen.


De massief houten deur naar de wc heeft Jose Antonio van een
vriend gekregen. Na dagen zwoegen op de restauratie van het houtsnijwerk heeft
hij de deur omgetoverd tot een antieke deur. Erboven hangt een rijk bewerkt
houten paneel dat het achtereind van een bed blijkt te zijn. Ieder onderdeel, kastje,
schilderijtje of versiersel heeft zo zijn eigen verhaal. Bovenop de ermita bijvoorbeeld
staat een windwijzer die gemaakt is van het stuur en het draaimechanisme van
een oude fiets. Een omgekeerd stoeppaaltje is ineens een toorts. In het kozijn
van een raam is een houtbewerkte stoelleuning aangebracht als decoratie. Een
ijzeren toegangsdeur is verfraaid met grote klinknagels zoals op Spaanse
kerkdeuren, maar niet met de originele. Bij Jose Antonio zijn ze vervaardigd uit
platgeslagen bierdopjes die met een schroef in de deur zijn geboord en met verf
een verroest tintje krijgen.


Deze ambachtsman voert zijn project niet alleen met
vakmanschap en vindingrijkheid uit, maar ook met humor en persoonlijke details.
Op de voorgevel aan weerskanten van de hoofdingang heeft hij twee primitief bewerkte
stenen aangebracht, door hemzelf gebeeldhouwd. In de steen links symboliseert
een bloem zijn moeder die altijd met plantjes en bloemen bezig was op de patio
van hun huis. In de steen rechts is een zakmes gebeiteld als herinnering aan
zijn vader die zo’n mes dagelijks voor van alles en nog wat gebruikte, van
brood snijden of fruit schoonmaken als ze op het land waren, tot een kip
slachten of kabels doorknippen.

In de kapel staan diverse zonderlinge attributen die een
prikkelende uitwerking hebben, zoals een torso van een etalagepop bedekt met
een zwarte mantel. Degene die van buiten in de kapel kijkt, krijgt de indruk
dat daar een monnik geknield aan het bidden is. Ook lijkt het de bouwer een
geweldig idee om een sensor te plaatsen die automatisch gregoriaanse gezangen
laat aanzwellen wanneer bezoekers door de raampjes in de ermita gluren.


De koepel van de apsis (het priesterkoor) is beschilderd met
traditionele afbeeldingen die geïnspireerd zijn op de muurschilderingen in de romaanse
kapel San Clemente de Tahull (in Catalunië). Het is geen exacte kopie, want Jose
heeft de kunstenaar de opdracht gegeven zijn familie in de muurschilderingen te
vereeuwigen als engelen. Links is het portret van de echtgenote van Jose
afgebeeld. Omdat zij erg van dansen houdt, kreeg zij een paar castagnetten mee.
Tegenover haar aan de rechterkant is het portret van Jose Antonio te zien. Hij
houdt een schroef in zijn hand die staat voor zijn bouwkunsten. Het midden van
de apsis bevat de beeltenis van Christus Pantocrator zittend op zijn troon. Met
zijn rechterhand geeft hij de zegen en in zijn linkerhand houdt hij het boek
der evangeliën vast. De oorspronkelijke tekst van de opengeslagen pagina’s ‘Ik
ben het licht van de wereld’, heeft Jose veranderd in ‘En el horizonte no es el
final’ (aan de horizon ligt niet het einde).
De beschildering van de apsis was
een langdurig proces, vertelt onze gastheer, want zijn vriend de kunstenaar hield
tijdens het scheppingsproces van goede wijn en maakte tussen het schilderen
door vanuit de ermita eindeloze wandelingen in de adembenemend mooie omgeving.

Nadat we binnen alles gezien hebben gaat onze rondleiding buiten
verder naar de achterzijde van de ermita. Daar heeft Jose Antonio een groot betonnen
terras aangelegd dat een weids uitzicht biedt over de omgeving. Vervolgens gaan
we via een trap gaan we naar beneden naar de kelder. Onder de kapel is een extra
verdieping gerealiseerd, geheel opgetrokken uit gewelven en pilaren zoals in de
Mezquita in Córdoba, met rondom grote ronde ramen. In de kelder is een deel
zichtbaar van de rots waarop de ermita verankerd is. Met de waterbron die uit
de rotsbodem ontspringt wil Jose via fonteintjes door het hele complex
kabbelend water laten stromen. En zo heeft hij nog veel meer ideeën.


Deze bijzondere locatie met kapel, terras en kelder biedt
vele mogelijkheden voor feesten, muziek- en theatervoorstellingen of civiele
trouwceremonies. Hoewel er in en rondom de ermita nog veel werk te verzetten
is, verwacht Cabello dat hij in de zomer van 2015 de eerste evenementen kan
organiseren.
Voor het zover is, kan hij nog wel wat hulp gebruiken. Wie handig
is en wil klussen, is na afspraak van harte welkom, evenals donaties voor (met
name) de installatie van een generator en zonnepanelen voor elektriciteit. Wil
je meer weten, neem dan contact met ons op via info@casaconguino.com.

Meer informatie over Cabello’s projecten vind je op Facebook
bij de pagina ‘Marrojo Casa Cueva’, een project dat hij eerder voltooide. Het
zijn pseudogrotwoningen bij Loja die te huur zijn als vakantiehuis.


Dit blog is een coproductie (www.sjakenlientekstproducties.com,
www.casaconguino.com, www.jankatuin.com).